Onvoorwaardelijk basisinkomen: niet doen!

De landelijke werkgroep Economie binnen GroenLinks heeft begin maart 2016 een beleidsadvies uitgebracht over het onvoorwaardelijk basisinkomen. De werkgroep verzet zich met klem van argumenten – financieel zowel als sociaal – tegen dit plan.

Het onvoorwaardelijk basisinkomen (OBI) zou iedere Nederlander van 18 jaar en ouder een uitkering op minimumniveau (bijstand) verstrekken, zonder dat daar enige verplichting tegenover zou staan. De studie leidt tot de conclusie dat het OBI een een asociale en veel te dure maatregel is.

  • Het vormt een afkoopregeling voor de kansarmen op de arbeidsmarkt;

  • verschaft (loon)subsidies aan bedrijven en aan individuen die dat niet nodig hebben;

  • legitimeert een nog verder terugtredende overheid, waardoor publieke taken die niet door de markt worden opgepakt, worden afgeschoven op vrijwilligers en mantelzorg;

  • geeft bedrijven een excuus om niet in te gaan op een moreel beroep om laagproductieve of gehandicapte werknemers in dienst te nemen, en

  • zal dus leiden tot een voortschrijdende sociale tweedeling en groeiende inkomensongelijkheid.

Voor een fractie van de kosten van het OBI kunnen maatschappelijk zinvolle activiteiten worden verricht in gemeentelijke basisbanen voor bijstandsgerechtigden. Hiervoor wordt het minimumloon betaald, zodat de prikkel blijft om over te stappen naar beter betaalde banen in de markt.

Het debat tussen de voorstanders van het OBI en de tegenstanders, bij monde van de Werkgroep Economie, hebben overigens niet alleen verschillen van inzicht opgeleverd. Er zijn ook punten van overeenstemming.

Zo ligt er een berekening van de kosten van het OBI waar beide partijen het grosso modo over eens zijn. Invoering daarvan kosten tussen de € 160 en 170 miljard – na aftrek van de inverdienefffecten tussen de € 104 en 107 miljard netto. Deze netto extra sociale uitgaven komen overeen met 17-19% BBP en circa 40% van de Rijksbegroting. Het verschil zit in de beoordeling van deze rekensom. De Werkgroep Economie acht extra sociale uitgaven in deze orde van grootte volstrekt onhaalbaar. De voorstanders verwachten veel van financiering door een nieuwe belasting op de ecologische voetafdruk. Deze zou mogelijk worden omdat het OBI in feite een loonkostensubsidie is aan het bedrijfsleven, die op deze wijze wordt verrrekend.

Ook is er overeenstemming over de noodzaak de voorwaarden van het voorwaardelijk basisinkomen (VBI) nog eens kritisch te bezien. Gemeentelijke experimenten met versoepeling van de bijstand verdienen dan ook steun.